In het kader van het transpersoonlijk werk (zie voor
informatie de website Geestrijk.nl) wordt het voor de cliënt mogelijk
gemaakt af te dalen naar zijn diepste ik. Daar zijn verschillende technieken
voor.Eén daarvan is de imaginaire therapie, ofwel de actieve imaginatie (een
uitvinding van C.G. Jung).

De cliënt wordt in een ontspannende toestand gebracht en
uitgenodigd door middel van zijn ademhaling zich te concentreren op een diepere
laag van zichzelf. Die laag grenst aan het onbewuste, maar de cliënt blijft
zich altijd bewust van zijn omgeving in het hier en nu, ook al staat hij /zij
er op dat moment niet bij stil. Het voordeel hiervan is het gevoel van veiligheid.
Je zakt niet weg zodat je niet meer weet wat er gebeurt, maar de aandacht wordt
gebracht naar een niveau binnen jezelf. Het vlak waar dromen kunnen ontstaan,
waar beelden gecreëerd worden die uit het innerlijk komen. Verrassend, omdat je
niet kunt verwachten wat er komt en de beelden ontstaan op de grens van het
onbewuste. De diepe ontspanning zorgt voor alpha-golven van de hersenen.
Onderzoek heeft aangetoond dat de hersenen in deze toestand zijn als men
droomt. Door het bewust opwekken van deze golven komt men in deze toestand.

Je kunt je voorstellen dat de scheiding van het bewuste en
het onderbewustzijn min of meer opgeheven kan worden door bijvoorbeeld een luik
in de grond onder je voeten. Door het luik ietsje open te zetten zullen de
inhouden van dat onderbewustzijn toegankelijk worden voor je bewuste waarnemingen.
Afhankelijk van er op dat moment voor jou belangrijk is zal zich een verhaal
ontvouwen, dat voor het moment alleen betrekking heeft op jouw leven. Door
middel van symboliek, maar ook door concrete aanwijzingen, zal je duidelijk
gemaakt worden waar je op moet letten, wat er zich in de kern gebeurt in/met je
leven en wat je er aan kan doen of zult moeten laten, cq. hoe je je dient te
ontwikkelen om met dat stukje om te gaan.

Een voorbeeld:

Door middel van ademhalingstechniek wordt de cliënt naar een
dieper laag gebracht. Op uitnodiging van de therapeut gaat de cliënt, een man
van 35, in zijn verbeelding naar een
plaats die hij kent van vroeger en waar die zich echt helemaal op zijn gemak
voelt. Het volgende verhaal ontspon zich op de grens van het bewuste met het
onderbewustzijn:

“It’s all
in the head”

Client:

”Ik zag
mezelf in een bootje met de stroom van een rivier mee­drijven. De betekenis was
me niet duidelijk en ik had het gevoel dat ik me niet zomaar moest laten
meedrijven, maar mééroeien. Ik wilde ondanks mijn zweverij en de mystieke top-ervaringen
belevende ook graag mens-blijven. Op het moment dat ik dat hardop uitsprak, zag
ik opeens het beeld van mezelf in het bootje, als een waanzinnige tegen de
stroom in roeien, omhoog, een berg op. Ik was net een tekenfilmfiguurtje.

Ik was
bang dat ik teveel in mijn fantasie zou opgaan, en was geneigd om bepaalde
beelden daarom over te slaan. Ik wilde niet teveel waarde hechten aan de dingen
die ik zag.

Ik besefte
dat ik door stroom-afwaarts mee te roeien, ik ook kon aanleggen bij een
eilandje of iets dergelijks. En op het moment dat ik dat dacht, landde ik bij
een eiland en stond voor een hol. Ik wilde er eigenlijk niet in, bang voor mijn
fantasie, maar terwijl ik twijfelde, stónd ik er al in. Ik zag in het hol, wat
eigenlijk een grote grot was, wéér een rivier waarin aan de kant een bootje lag
te dobbe­ren.

Ik stapte
voorzichtig in het bootje en peddelde langzaam de grot in. Ik werd vrijwel
meteen geconfronteerd met een omhoog­ stijgende spelonk in het dak van de grot.
Helemaal bovenin zat een gat waardoor licht naar beneden scheen. Ik vertrouwde
het beeld niet, omdat het zich te snel aan mij openbaarde. Maar het bleef voor
mijn geestesoog staan. Ik kreeg de neiging om naar boven te willen klimmen. En
na de vraag van de coach vraag wat mij eigenlijk tegenhoudt, moest ik
concluderen dat het puur angst was wat mij tegenhield.

Dat
beseffende ging ik dapper in het bootje staan. Het plafond van de grot kwam
naar beneden, zodat ik me makkelijk in de spelonk omhoog kon trekken. Ik begon
te klimmen en terwijl ik dat deed, kwamen de wanden van de spelonk naar elkaar
toe, zodat ik makkelijk steun kon vinden van de richels en uitstekende
rotspunten. Op weg naar boven was ik toch wel een beetje angstig dat de wanden
mij plat zouden drukken. Dat deed me gelijk weer denken aan mijn
geboorte-ervaring. De grot en de spelonk, een nauwe gang geworden, het licht
aan het uiteinde en mijn klim naar boven, symboliseerden mijn geboorte.

En plots
was ik met mijn hoofd uit het gat, in het licht. Ik keek naar boven en daar
stond iemand mij op te wachten. Tot mijn verbazing was het mijn ‘duplo’, ofwel
ik was het zélf. Ik kreeg de hand aangereikt en helemaal uit het gat getrokken.

Op de
vraag van de coach wie daar eigenlijk stond, antwoordde ik dat het de Oude
wijze man was, en die was het ook inmiddels.

Hij
feliciteerde me en zei:” nou, was dat nou zo moeilijk?”

De Oude
wijze man vertelde me dat als ik maar vertrouwde op mezelf en de dingen die me
aangegeven worden (eventueel door mezelf) geen pad of weg te moeilijk zal zijn.
Vertrouwen is het sleutel­woord.

Hij maakte
een uitspreidend gebaar met zijn arm, zo van :kijk eens om je heen… en toen
ik dat deed zag ik dat ik me op een schedeldak bevond. Tegelijkertijd wist ik
dat het mijn eigen schedeldak was. Het eerste zinnetje dat bij me opkwam was
vervolgens: “It’s all in the head”.

Ik ben wat
het laatste betreft er nog niet helemaal uit, maar ik merk nu wel dat ik
sommige dingen veel beter kan overzien, vooral wat mijn gevoel betreft. Ik ben
van het ene op het andere moment niet zo onzeker meer…….”

Aldus de cliënt…

We kunnen therapeutisch gezien, uit dit verhaal de volgende conclusies
trekken:

In het
begin zag de cliënt het beeld van
zichzelf roeiende tegen de stroom op. Dat is natuurlijk niet de makkelijkste
manier om ergens te komen. Mensen die dat doen zijn geneigd voortdurend in
verzet te zijn tegen wat er in hun omgeving of in de wereld gebeurt. Meestal
gaat het om wetten en regels, ook die ongeschreven zijn zoals normen en waarden
die door de opvoeding zijn meegegeven (of liever: opgedrongen).

Het beeld
maakte hem bewust van zijn houding en liet hem beseffen beter je met de stroom
mee te laten drijven en ondertussen zelf de weg bepalen, door aan te meren waar
je wil. De energie die stroomt is er toch al, dus waarom zou je er geen gebruik
van maken?

De grot
waar de cliënt vervolgens in belandde, is zijn diepste ik. Zijn innerlijk waar
hij zijn zorgen en vreugden zorgvuldig beschermd houdt van de buitenwereld.
Daar stroomt opnieuw een rivier, welke zijn innerlijke energie en drijfveren
vertegenwoordigt.

Die
energie brengt hem naar het licht blijkbaar, maar hij durft niet de stap te
nemen naar het licht toe te gaan, niet wetende wat hem te wachten staat. Ook de
weg ernaar toe schijnt geen makkelijke te zijn. Het is de weg naar boven.

Veelbetekenend
voor zijn gedachten en overtuiging. Hij weet dat hij naar het licht toe moet,
in het licht immers worden vele dingen duidelijk. De weg is praktisch
onbegaanbaar en dat is het wat hem in het werkelijke leven ook tegenhoudt om
bepaalde stappen te nemen. Daarbij komt, dat de waarheid (het licht) weleens
hele andere dingen duidelijk zouden kunnen maken dan hij in feite wil. Angst
voor de waarheid dus.

De therapeut
helpt hem op dat moment over de grens van zijn angst. Hij klimt in de tunnel
naar boven en dan blijkt dat hij geholpen wordt. De wanden gaan naar elkaar toe
en helpen hem omhoog. Dat geeft vreugde en zijn angst voor het onbekende
vermindert maar nog niet helemaal. Hij vergelijkt het zelf met de geboorte-tunnel
wat weer aangeeft dat die ervaring zijn huidige onzekerheid en angst heeft
veroorzaakt. Toch het besef dat hij geholpen wordt als hij zelf de eerste stap
maar neemt, geeft de cliënt al veel meer vertrouwen in het zetten van die
stappen. Hij is goed op weg.

Dan het
klimmen uit de tunnel. Ook daar wordt hij mee geholpen door iemand die zeer
veel op hemzelf lijkt. Psychologisch gezien helpt hij dus zichzelf uit zijn
benarde positie te komen, door in ieder geval de stap te nemen en het proces
door te gaan.

Daarna
verandert de persoon in de ‘oude wijze man’, een symbolisch aspect van het
onbewuste waar iedereen in principe bij kan als die er voor open staat. Deze
archetypische figuur (de wijze, de magier) geeft een concreet advies aan de
cliënt, welke genomen moet worden zoals het gezegd werd, zonder verdere
uitwijding over eventuele symboliek en verborgen bedoelingen. Hij zei namelijk:
“als je maar vertrouwt op jezelf en de dingen die je aangegeven worden
(eventueel door jezelf) geen pad of weg te moeilijk zal zijn. Vertrouwen is het
sleutel­woord.”

De cliënt
keek om zich heen en besefte dat hij bovenop zijn eigen schedeldak stond. Een
vreemde gewaarwording maar hem het besef gaf dat er veel dingen waren die hij
in zijn leven tegenkwam die zich eigenlijk vooral afspeelden binnen zijn hoofd.
“It’s all in the head”.

Deze
ervaring heeft hem doen inzien dat angst en onzekerheid zijn ingebeeld. In zijn
geval veroorzaakt door geboorte-trauma. Hoezeer wij ook weten dat een klein
kind heel bang gemaakt kan worden door zaken die niet echt zijn en dat die
angst ook ongegrond is, voor het kind zelf is die angst en het gevaar iets
reëels. Een mens die met angst is geboren, zal die als een rode draad in de
rest van zijn leven meenemen, tenzij hij wordt gerustgesteld. Als ouders of
opvoeders die geruststelling niet kunnen geven, zal het lang kunnen duren eer
de mens zichzelf die geruststelling kan geven. Intussen zal die vorming, of
liever gezegd het gebrek aan liefdevolle opvoeding in veiligheid, zijn werk
hebben gedaan. Meestal in negatieve zin, waarin die persoon niet in staat bleek
te zijn de stappen te nemen die hij wilde doordat de angst en de onzekerheid
niet werden opgelost.

Na deze
imaginatiesessie is hij meer verantwoordelijk geworden. Hij heeft meer
inzicht gekregen in zichzelf en de zaken die hij zich in feite inbeeldde. Meer
vertrouwen in zichzelf. Heel boeiend. It’s all in the head.